Naar de inhoud
Olonto
Menu

Gratis rekenhulp

Financieel onafhankelijk worden: hoeveel vermogen heb je nodig?

Vermenigvuldig wat je per jaar uitgeeft met 25: dat is de 4%-regel. Geef je 2.500 euro per maand uit, dan heb je 750.000 euro nodig. Met 50.000 euro nu, 1.000 euro inleg per maand en 6% rendement, 3,9% na inflatie, heb je dat over 28 jaar en 1 maand bij elkaar.

Je doel

Wat je per maand nodig hebt om van te leven, in euro's van nu.
4% is de bekende vuistregel. Wil je voorzichtiger rekenen, neem dan 3 of 3,5.

Je vermogen

Spaargeld en beleggingen, zonder je eigen huis. Nog niets? Vul 0 in.
Na kosten. Een aanname, geen belofte.
Daarmee rekent de rekenhulp alles in euro's van nu.

€ 750.000 nodig, je doel in jaar 29

€ 750.000
vermogen nodig, in euro's van nu
jaar 29
haal je het, vanaf nu geteld
€ 387.000
je eigen geld tot dan, met wat je nu al hebt
€ 366.206
rendement daarop

Over 28 jaar en 1 maand heb je je doel bij elkaar: € 753.206, in euro's van nu. Daarvan is € 387.000 je eigen geld, met wat je nu al hebt; € 366.206 is rendement.

Eigen inlegRendement
€ 0€ 200.000€ 400.000€ 600.000€ 800.0001510152025doel € 750.000
  • Leg je € 500 per maand meer in, dan haal je het in jaar 23, 5 jaar en 9 maanden eerder.
  • Reken je voorzichtiger, met 3,5% opname, dan heb je € 857.143 nodig en haal je het in jaar 31.
  • Alles in euro's van nu: bij 2% inflatie is je rendement 3,9% per jaar, en je inleg stijgt elk jaar mee met de inflatie.
Bekijk het per jaar
JaarEigen inlegRendementVermogenVan je doel
1€ 62.000€ 2.175€ 64.1758,5%
2€ 74.000€ 4.906€ 78.90610,5%
3€ 86.000€ 8.214€ 94.21412,5%
4€ 98.000€ 12.123€ 110.12314,6%
5€ 110.000€ 16.656€ 126.65616,8%
6€ 122.000€ 21.837€ 143.83719,1%
7€ 134.000€ 27.692€ 161.69221,5%
8€ 146.000€ 34.247€ 180.24724%
9€ 158.000€ 41.530€ 199.53026,6%
10€ 170.000€ 49.569€ 219.56929,2%
11€ 182.000€ 58.393€ 240.39332%
12€ 194.000€ 68.035€ 262.03534,9%
13€ 206.000€ 78.525€ 284.52537,9%
14€ 218.000€ 89.897€ 307.89741%
15€ 230.000€ 102.185€ 332.18544,2%
16€ 242.000€ 115.426€ 357.42647,6%
17€ 254.000€ 129.657€ 383.65751,1%
18€ 266.000€ 144.917€ 410.91754,7%
19€ 278.000€ 161.245€ 439.24558,5%
20€ 290.000€ 178.685€ 468.68562,4%
21€ 302.000€ 197.279€ 499.27966,5%
22€ 314.000€ 217.073€ 531.07370,8%
23€ 326.000€ 238.113€ 564.11375,2%
24€ 338.000€ 260.449€ 598.44979,7%
25€ 350.000€ 284.132€ 634.13284,5%
26€ 362.000€ 309.214€ 671.21489,4%
27€ 374.000€ 335.751€ 709.75194,6%
28€ 386.000€ 363.798€ 749.79899,9%
29€ 398.000€ 393.416€ 791.416105,5%

Volgende stap: de gratis les hierover, in een paar minuten. Of reken meteen een woning door op de bierdeksel.

Hetzelfde doel met huurwoningen zonder schuld

Een woning zonder schuld werkt anders dan een portefeuille: je leeft van de huur en houdt de woning. Hoeveel woningen heb je dan nodig voor hetzelfde bedrag per maand?

De huur min leegstand en alle kosten die jij betaalt. De rekenhulp huurrendement rekent het uit.
Koopprijs plus aankoopkosten: in het voorbeeld 120.000 euro plus 12%.
5
woningen zonder schuld
€ 2.625
per maand samen, vóór belasting
€ 672.000
kosten de woningen samen
4,7%
netto huurrendement per woning

Met 5 woningen zonder schuld heb je € 2.625 per maand, vóór belasting. Ze kosten samen € 672.000: € 78.000 minder dan de € 750.000 die je bij 4% opname nodig hebt. Een woning levert hier 4,7% per jaar op. Je leeft van de huur; de woningen zelf blijven van jou.

Hoe je die woningen met een lening opbouwt, en in welk jaar ze vrij van schuld zijn, reken je uit bij passief inkomen uit huur.

Zo reken je het uit

Begin bij wat je per jaar uitgeeft. 2.500 euro per maand is 30.000 euro per jaar. Deel dat door je opnamepercentage: 30.000 euro gedeeld door 4% is 750.000 euro. Dat is hetzelfde als 25 keer je jaaruitgaven, want 1 gedeeld door 4% is 25.

Daarna kijk je hoe lang het duurt. Met 50.000 euro nu en 1.000 euro inleg per maand groeit je vermogen met rente op rente. Na 28 jaar en 1 maand heb je 753.206 euro. Daarvan is 387.000 euro je eigen geld en 366.206 euro rendement. Hoe rente op rente werkt, zie je bij rente op rente berekenen.

Je inleg doet in het begin het meeste werk, het rendement aan het eind. Leg je 500 euro per maand meer in, dan haal je je doel in jaar 23 in plaats van jaar 29.

De 4%-regel: waar hij vandaan komt

De 4%-regel komt uit Amerikaans onderzoek. De financieel planner William Bengen keek in 1994 naar de rendementen van aandelen en obligaties sinds 1926. Hij zocht het hoogste bedrag dat je in het eerste jaar kon opnemen, en daarna elk jaar verhoogd met de inflatie, zonder dat je geld binnen dertig jaar op was. In alle periodes die hij bekeek, was dat ongeveer 4% van je startvermogen.

Drie hoogleraren van Trinity University deden in 1998 iets vergelijkbaars voor de jaren 1926 tot en met 1995: de Trinity-studie. Een portefeuille met een flink deel aandelen hield een opname van 4%, elk jaar verhoogd met de inflatie, in de meeste periodes van dertig jaar vol.

Let op wat de regel zegt: 4% van je vermogen in het eerste jaar. Bij 750.000 euro is dat 30.000 euro. Daarna verhoog je dat bedrag met de inflatie, ook in een jaar waarin de beurs daalt.

De kanttekeningen

  • Amerikaanse cijfers. Het onderzoek gaat over de Amerikaanse beurs, en die deed het in de vorige eeuw goed. Of de komende dertig jaar net zo goed worden, weet niemand.
  • Dertig jaar. De regel is getest voor periodes van dertig jaar. Stop je op je 45e, dan moet je vermogen misschien vijftig jaar mee. Dan rekenen veel mensen voorzichtiger, met 3 tot 3,5%.
  • Kosten en belasting. Die zitten niet in de 4%. Fondskosten en box 3 gaan er nog af; zie de belasting hieronder.
  • De volgorde. Een slechte beurs in je eerste jaren zonder inkomen raakt harder dan een slechte beurs later. Een buffer van een paar jaar uitgaven helpt je om dan niet te hoeven verkopen.
  • Je kunt bijsturen. Wie in een slecht jaar wat minder uitgeeft, maakt zijn plan sterker. De regel gaat ervan uit dat je dat niet doet.

Waarom alles in euro's van nu staat

Je doel van 750.000 euro is in euro's van nu. Bij 2% inflatie per jaar is dat over 28 jaar ongeveer 1,3 miljoen euro van dan. Om het eerlijk te houden, rekent de rekenhulp met je rendement na inflatie: 6% rendement en 2% inflatie is 3,9% per jaar. En hij gaat ervan uit dat je inleg elk jaar meestijgt met de inflatie, zoals je salaris meestal ook doet. Verhoog je je inleg niet, dan duurt het langer.

AOW en pensioen tellen mee

Vanaf je AOW-leeftijd krijg je AOW, en vaak ook een pensioen via je werkgever. Vanaf dan heb je uit je eigen vermogen alleen nog nodig wat die twee niet betalen. Wie eerder stopt, betaalt de jaren tot de AOW helemaal zelf, en daarna alleen het verschil. Dat kan je doel flink lager maken.

Hoeveel AOW je krijgt en vanaf wanneer, zie je bij de SVB. Wat je aan pensioen hebt opgebouwd, staat op mijnpensioenoverzicht.nl.

En de belasting?

De rekenhulp rekent vóór belasting. In Nederland vallen je spaargeld en beleggingen in box 3. In 2026 rekent box 3 voor beleggingen met een verondersteld rendement van 6,00%, en daarover betaal je 36%, boven het heffingsvrij vermogen van 59.357 euro per persoon. Over wat je boven die grens hebt, is dat zo'n 2,2% per jaar. Van een opname van 4% gaat dan een flink deel naar box 3. Tel de belasting daarom bij je uitgaven op, of reken met een lager opnamepercentage. Box 3 verandert mogelijk vanaf 2028.

Een huurwoning in Duitsland werkt anders: de huur wordt in Duitsland belast, en in box 3 telt de woning mee met een vermindering, zodat je er in de praktijk geen box 3 over betaalt. Hoe dat zit, lees je in huurwoning in Duitsland: box 3 en Duitse belasting.

Leven van de huur in plaats van je vermogen

Een woning zonder schuld levert in het voorbeeld 525 euro per maand op, na leegstand en alle kosten: 6.300 euro per jaar, 4,7% van de 134.400 euro die de woning met de aankoopkosten kost. Dat is meer dan 4%, en je eet de woning niet op. Voor 2.500 euro per maand heb je vijf woningen nodig, en die leveren samen 2.625 euro op. Ze kosten samen 672.000 euro, minder dan de 750.000 euro voor de 4%-regel.

Daar staat tegenover dat woningen werk vragen, dat je met vijf woningen weinig gespreid bent en dat je een woning niet in stukjes verkoopt. En bijna niemand koopt ze zonder lening. Met een lening ben je eerst vermogen aan het bouwen en pas later inkomen: bij passief inkomen uit huur haal je met vier woningen en 2% aflossing 2.000 euro per maand in jaar 35. Wat een woning naast een ETF doet met hetzelfde eigen geld, zie je bij vastgoed of ETF.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vermogen heb je nodig om financieel onafhankelijk te zijn?

Ongeveer 25 keer wat je per jaar uitgeeft, volgens de 4%-regel. Geef je 2.500 euro per maand uit, 30.000 euro per jaar, dan heb je 750.000 euro nodig. Reken je voorzichtiger met 3,5%, dan is het 857.143 euro.

Wat is de 4%-regel?

Een vuistregel uit Amerikaans onderzoek: neem in het eerste jaar 4% van je vermogen op en verhoog dat bedrag daarna elk jaar met de inflatie. In het onderzoek van William Bengen (1994) en de Trinity-studie (1998) hield een portefeuille met veel aandelen dat in de meeste periodes dertig jaar vol.

Is de 4%-regel veilig?

Er is geen garantie. De regel komt uit Amerikaanse cijfers over periodes van dertig jaar, zonder kosten en belasting. Stop je jong, of valt de beurs tegen in je eerste jaren, dan is 3 tot 3,5% voorzichtiger.

Hoe lang duurt het voordat ik financieel onafhankelijk ben?

Dat hangt vooral af van je inleg en je uitgaven. Met 50.000 euro nu, 1.000 euro per maand en 3,9% rendement na inflatie haal je 750.000 euro in jaar 29. Leg je 500 euro per maand meer in, dan haal je het in jaar 23.

Kan ik ook van huurwoningen leven?

Ja. Een woning zonder schuld levert in het voorbeeld 525 euro per maand op na alle kosten. Voor 2.500 euro per maand heb je dan vijf woningen nodig, die samen 672.000 euro kosten. Je leeft van de huur en houdt de woningen, maar ze vragen wel werk.

Telt mijn AOW mee?

Ja. Vanaf je AOW-leeftijd heb je uit je eigen vermogen alleen nog nodig wat AOW en pensioen niet betalen. Hoeveel AOW je krijgt en vanaf wanneer, zie je bij de SVB.

Je volgende stap

Waarom sparen alleen je niet financieel onafhankelijk maakt, en wat wel meegroeit met de inflatie, leer je in de gratis les Waarom sparen alleen niet genoeg is van de Academie: een account, geen creditcard, in vier minuten.

Doe de gratis les Naar de bierdeksel

Wil je zien hoe je er met Duitse huurwoningen komt, woning voor woning en jaar voor jaar, met een indexfonds ernaast? Maak je vermogensplan, gratis en zonder account.

Alle lessen van het fundament staan in de Academie. Wat een woning oplevert, reken je uit bij huurrendement; een spaarrekening, een fonds en een huurwoning naast elkaar zie je bij vermogen opbouwen. Alle rekenhulpen staan op één pagina.

Wil je er huurwoningen bij kopen? Met Plus reken je je eigen woningen door in de dealmotor: een oordeel en je maximale bod op 5% rendement per jaar over tien jaar, met Duitse belasting en een stresstest. € 199 per maand, 30 dagen geld terug. Premium zoekt ook voor je, leest de stukken en zet je bankaanvraag klaar. Kies Plus

Bronnen

  1. William P. Bengen, Determining Withdrawal Rates Using Historical Data, Journal of Financial Planning, oktober 1994
  2. Philip L. Cooley, Carl M. Hubbard en Daniel T. Walz, Retirement Savings: Choosing a Withdrawal Rate That Is Sustainable, AAII Journal, februari 1998 (de Trinity-studie)
  3. Belastingdienst, berekening box 3-inkomen 2026
  4. SVB, de AOW en mijnpensioenoverzicht.nl
  5. Europese Centrale Bank, de monetaire strategie: 2% inflatie op middellange termijn
  6. AFM, beleggen: wat moet je weten
  7. Olonto, passief inkomen uit huur: hoeveel woningen, en wanneer ze vrij van schuld zijn

Deze rekenhulp is informatie, geen belasting-, juridisch of beleggingsadvies. Hij rekent in euro's van nu, met een vast rendement elk jaar, zonder kosten en vóór belasting. Een echt rendement schommelt en kan jaren tegenvallen. Laat je plan toetsen door een financieel planner of adviseur.